zaterdag 18 mei 2013


20130513_173822

Als kind maakte ik ‘emotionele draadjes’ op de gekste manieren. Als het gazon gemaaid was, ging ik stilletjes het gras troosten, omdat ik dacht dat al die grassprietjes het uitschreeuwden van pijn. Ik bevrijdde een wesp uit een spinnenweb, omdat ik medelijden had met het lot dat het arme insect te wachten stond. Ik begroef, met ceremonie en alles erop eraan, alle dode slakken die ik tegenkwam op een vakantie in de Ardennen. Ik geraakte in diezelfde vakantie verknocht aan een boom, waardoor vertrekken naar huis een soort van rouwproces was. 

Zo kan ik nog heel lang doorgaan. ‘Hooggevoeligheid’ heten ze dat. Een mooi etiket. Klinkt goed. Het kan best op mijn identiteitskaart staan. ‘Opgepast, hooggevoelig wezen, extra breekbaar. Laat niets of niemand in haar buurt achter, of ze omringt het onmiddellijk met een emotioneel weefsel waar ze vervolgens zelf in verstrikt geraakt.’

‘Ben ik wel normaal?’ is de vraag die mij in stijgende lijn bezighield in de loop der jaren. Ik troostte mij met de gedachte dat er bij iedereen wel ergens een hoek af is. En ik was vooral blij dat er bij mij hier en daar nog een hoek ààn was…  

Zelfrelativering leer je met de jaren. Ik moet niet perfect zijn. Ik heb in mijn leven coaching en aanverwante  genoeg gevolgd, het is welletjes geweest. De restverschijnselen van 48 jaar hooggevoeligheid zijn wat ze zijn. 

Toch overviel het mij gisteren terug. Mijn ‘draadjesmachientje’ was weer volop aan het werk. En ik ergerde er mij mateloos aan. Welke volwassene hecht zich nu emotioneel aan zoveel details? Wie verbindt zich nu met een koffietas, een lege balpen, een gebruikte zakdoek, een kapotte schoen en duizenden andere dingen die niet ter zake doen in een normaal volwassen leven? Bij elke noemenswaardige verandering in mijn leven moet ik duizend rouwprocessen door eer ik volop van die verandering kan genieten. En dat doet verdomd veel pijn. 

Tot gisteren dacht ik dat het mijn lot was om op die manier verder te leven. Ik zag mezelf de komende 30 jaar ( of langer!) voorzichtig, op de tast, mijn levenspad verder zetten, telkens aftastend of de volgende stap voldoende binnen mijn pijngrens ligt, telkens voelend of ik mij niet zal prikken of verbranden aan de eerstvolgende uitdaging die op mijn weg komt, telkens balancerend om temidden van zo’n jungle mezelf te kunnen blijven. Niet bepaald een bemoedigend toekomstbeeld… 

Vandaag besef ik dat dit beeld helemaal niet mijn toekomst hoeft te zijn. Het kan anders. Beter. Veel beter. Mijn beste vriend en zielemaatje heeft mij al staaltjes laten zien van wat NLP™ (neuro-linguïstisch programmeren) met een mens kan doen. Ik heb het aan den lijve ondervonden. Mijn kritische geest is  er menig keer door verstomd. En ja, ik heb vandaag beslist om mijn hooggevoeligheid via deze weg onder de loep te nemen. Mijn verlangen om mij voortaan vooral met ménsen te verbinden en minder met koffietassen, is vrij groot, moet ik zeggen. Wat het resultaat zal zijn, weet ik momenteel niet. Maar dat ik het in een volgend artikel van de daken zal schreeuwen als dit een succes wordt, is zeker. Beste lezer, als jij de komende weken een huis voorbijrijdt waar de stoep volstaat met alle mogelijke prullen die je maar kunt indenken, dan is dat mijn woonst. Neem gerust alles mee. 

En voor diegenen onder jullie die nog steeds grassprietjes troosten: hou deze blog in de gaten, want er is hoop…

'Ben ik wel normaal?'
Door Marleen Devisch
Groeiacademie

zaterdag 11 mei 2013

 

Margaret_Thatcher

Hoe een management team beslissingen neemt, is essentieel voor de resultaten die er uit komen. En consensus is daarbij niet altijd de beste keuze.  Het vinden van consensus kan soms wel eens leiden tot ongeïnspireerde keuzes in vage bewoordingen die door de beslissers en hun achterban elk op een andere manier geïnterpreteerd kunnen en zullen worden.

De alternatieven zijn daarom niet gemakkelijker.  Bij het beslissen door meerderheid in een stemming zal je altijd winnaars en verliezers hebben.  Bovendien is een meerderheid geen garantie voor een betere beslissing. Er zijn immers nog steeds – metaforisch gesproken – massa’s mensen die denken dat de zon het centrum van het heelal is. Met de komst van het internet lijkt ongeïnformeerde opinie soms de standaard te worden.

Je kunt natuurlijk ook gewoon als een dictator jouw beslissing geven.  En hoewel de term dictator een zeer negatieve bijklank gekregen heeft, is het een vorm die onder bepaalde voorwaarden wel kan werken.

Ergens in het midden zit de geïnformeerde beslissing, waarbij er wel één persoon de beslissing neemt, maar die laat zich wel beïnvloeden door de juiste mensen.

Kerry Patterson geeft in zijn boek Crucial Conversations vier vragen die je jezelf best stelt vooraleer je kiest hoe je beslist:

1. Wie maalt erom? Betrek geen personen die niet om de beslissing geven.

2. Wie heeft er kennis van? Betrek geen personen die geen nieuwe informatie kunnen bijdragen.

3. Wie moet er akkoord gaan? Het is beter om de mensen wiens medewerking je nodig hebt te betrekken, dan ze te verrassen.

4. Hoeveel mensen is het de moeite om te betrekken? Betrek zo weinig mogelijk mensen zonder aan kwaliteit van de beslissing in te boeten.

Consensus is hierbij meestal niet de meest motiverende oplossing.  Of zoals de vroegere Britse premier Margaret Thatcher ooit verwoordde:

Consensus: “The process of abandoning all beliefs, principles, values, and policies in search of something in which no one believes, but to which no one objects; the process of avoiding the very issues that have to be solved, merely because you cannot get agreement on the way ahead. What great cause would have been fought and won under the banner: ‘I stand for consensus?

'Een onderwerp in consensus'
Door Marc Innegraeve
BRAINDRUMS

zaterdag 4 mei 2013

gambia

Verstilling. Stil worden. We snakken ernaar. We volgen er cursussen over. We haasten ons naar  de avond over verstilling, waarvoor we ons hebben ingeschreven. Snel verstillen, om daarna  weer snel de drukte in te duiken.

Verstillen is nog geen deel van ons leven. Het is in het beste geval een aanhangsel dat af en toe even verschijnt, om daarna heel snel meegezogen te worden in de draaikolk van actie die ons leven is. We klampen er ons even aan vast, zuigen er zoveel mogelijk zuurstof uit, om daarna weer kopje onder te duiken in ons hectische bestaan.

Ik ken een volk bij wie verstilling een tweede natuur is. De Gambianen. Ze kunnen het. Ze zijn het. Ze ademen verstilling. Een piepklein landje in West-Afrika. Niet eens zo groot als Vlaanderen. Maar met een volk om ‘u’ tegen te zeggen.

We zouden naar Sint-Jamesisland gaan. Niet met de toeristenboot. We wilden een echte ervaring. Samen met de plaatselijke bevolking op de ferry. Normaal varen er drie ferries. Die dag waren er twee kapot. Dat was spijtig. Zo’n situaties triggeren mij: hoe moet dat nu? Wanneer komt die ferry dan? Ze zal overladen zijn: is het wel veilig? Hoe lang moeten we wachten? En wat moeten we onder het wachten doen? Hoe lang duurt het nog? Wanneer zullen we er zijn? En kunnen we op tijd terug? Wat is het alternatief?

Terwijl ik mijn hersenen teisterde met een tsunami aan bedenkingen, keek ik om mij heen. Niemand leek het erg te vinden dat de wachttijd wellicht twee uur zou zijn. Vrouwen zetten zich en gaven hun kinderen de borst. Mannen zaten gezellig in groepjes bijeen te praten. Mensen lachten. Waarover zouden ze zich zorgen maken?

Gambianen ‘zijn’. Ze zijn in het nu, helemaal. Gisteren of morgen is van geen belang. Zelfs vandaag is van geen tel. Enkel het nu-moment. Ben je marktkramer en je bent moe, dan leg je je gewoon te slapen tussen de tomaten die je verkoopt. Moet je ergens wachten, dan wacht je gewoon. Je kijkt, je lacht,  je ‘bent’. Geen zorgen. Hier en nu is alles goed. Meer hoeft dat niet te zijn. Waarom kopbrekens hebben over iets dat niet is, dat nog niet is en misschien nooit zal zijn?

En er is meer. Gambianen zijn tot iets in staat waar wij alleen maar kunnen van dromen. Je ziet het in hun blik.  Ze zijn er even niet. Ze zijn niet thuis, ook al zitten ze vlak naast je. Ze trekken zich terug in zichzelf en toch zijn ze helemaal bij je. Samen verstillen. Samen kijken naar de golven van de oceaan. Samen wachten.

Het schept een eigenaardige vorm van verbondenheid. Het raakt iets heel diep in mezelf. Iets dat ik ergens, heel ver weg, te slapen heb gelegd omdat het al lang niet meer past in mijn manier van leven. De Gambianen hebben het in mij wakker gemaakt. Ze hebben het mij opnieuw laten ontdekken. Het is, sinds ik terug ben in Belgenland,  een hunker die mij niet meer loslaat. Een hunker om alles wat ‘moet’ om te buigen. Een hunker om hier en nu te zijn.

Een hunker om te stoppen met achter mezelf en anderen aan te hollen. Een hunker om te kijken, te lachen en te zeggen: ‘het is goed zo’. Een hunker om er af en toe even niet te zijn. Een hunker om ‘verstilling’ opnieuw in mezelf te installeren. Niet als aanhangsel, maar als de boot waarin ik op de stroom van het leven wil varen.

Ze mogen er zijn, de mensen van de ‘smiling coast’…

'Verstilling'
Door Marleen Devisch
Groeiacademie

zaterdag 27 april 2013

wb051352

Soms willen bedrijven het gedrag van entrepreneurs binnen hun bedrijf stimuleren. Het woord dat ze voor die categorie gebruiken zijn dan intrapreneurs. Vaak stellen die bedrijven zich daarbij niet de vraag of ze die intrapreneurs wel voldoende kunnen ondersteunen, en geraken beide partijen, zowel het management als de intrapreneurs na een tijdje gefrustreerd over hoe ze met elkaar omgaan.  Het management geraakt gefrustreerd omdat ze geen grip of controle krijgen op de intrapreneurs.  De intrapreneurs geraken gefrustreerd omdat het management hen te veel beknot.

Pinchot geeft in zijn boek Intrapreneuring 10 geboden voor de intrapreneur:

  1. Kom elke dag werken met de bereidheid om ontslagen te worden.
  2. Omzeil elke opdracht die tot doel heeft om jouw droom te stoppen.
  3. Doe elke job die nodig is om jouw project te doen slagen, onafhankelijk van jouw functiebeschrijving.
  4. Vind mensen die jou helpen.
  5. Volg jouw intuïtie over de mensen die je kiest, en werk enkel met de beste.
  6. Werk ondergronds zolang je kan – publiciteit is een trigger voor het bedrijfsimmuniteitssysteem.
  7. Wed nooit op een race tenzij je ze zelf loopt.
  8. Onthoud dat het gemakkelijker is om vergiffenis te vragen dan om toelating te vragen.
  9. Wees trouw aan jouw doelen, maar wees realistisch over de manieren om ze te bereiken.
  10. Houd jouw sponsors in ere

'De 10 geboden van de intrapreneur'
Door Marc Innegraeve
BRAINDRUMS

[wp_bannerize group="Sponsor" no_html_wrap="1" random="1" limit="1"]

zaterdag 20 april 2013


We hebben er de mond van vol: positief denken. De quotes stromen onze mailbox binnen. Wordt iedereen daar nu echt zo vrolijk van? Zelfs al word ik honderd, dan nog zal ik slechts een fractie van heel die positieve tsunami in mij hebben opgenomen. De wereld zou moeten blaken van gezondheid.

Ik pijnig er al een tijdje mijn grijze cellen mee. Velen lijken te verdwalen in al die positiviteit. We slaan iets over. We verliezen onze weg in het land der positieven als we met een bocht rond onze moeilijke kant blijven gaan. Want die hebben we. ‘Waar je aandacht aan geeft, groeit’, zeggen ze. ‘En waar je geen aandacht aan geeft, gaat woekeren’, zeg ik dan. Het bewijs is het jaar door te bewonderen in mijn tuin, waar ik ondertussen een wereld vol onkruid bijeengenegeerd heb…

Soms zijn we als kleine kinderen, die verstoppertje spelen en die hun handjes voor hun gezicht houden in de hoop dat niemand hen dan nog kan zien. We stoppen al onze rommel in een kast en sluiten die af met een sleutel vol positiviteit, in de hoop dat het daar vanzelf gaat oplossen. Maar in werkelijkheid leggen we een laag vernis op een beerput. Terwijl we al huppelend positief staan te wezen, woekert die rommel verder in ons binnenste en vreet zich daar gangen doorheen onze kracht en onze capaciteiten. Of we geven het op, we kunnen niet meer mee huppelen en we blijven ontgoocheld aan de kant van de weg zitten. Blijkbaar is positief denken dan niet voor ons weggelegd, maar voor een eliteclubje  dat over één of andere gave lijkt te beschikken die alle shit met enkele affirmaties kan wegtoveren…

Neen. Positief denken is er voor iedereen, daar ben ik van overtuigd. We missen alleen de start soms. En die start ligt bij het aanvaarden van wie we zijn als totaal mens, in het aanvaarden dat onze ‘medaille’ twee kanten heeft. Positief denken heeft niet als doel om al het negatieve weg te werken. Echt positief denken betekent dat we beter met het negatieve leren omgaan, dat we er onze positieve focus niet bij verliezen. Een zonnebloem kan zich maar naar het licht keren als ze stevig in de grond geworteld zit. Laat ons ophouden met doen alsof we steriele superwezens zijn. Een beetje onkruid geeft onze tuin een ziel, iets menselijks. Een woonkamer met wat ‘gezellige rommel’ maakt dat ik in de zetel durf gaan zitten, dat ik gewoon mens  durf te zijn. En laat net dàt mij nu in een positieve stemming brengen!!!

'Wat is coaching?'
Door Marleen Devisch
Groeiacademie

zaterdag 13 april 2013

Image

Het Milton Model in NLP bestaat uit een aantal taalpatronen.  Woorden en zinnen die op dubbelzinnige wijze kunnen geïnterpreteerd worden, zoals bijvoorbeeld zei/zij (fonetische ambiguïteit), charmante mannen en vrouwen (bereikambiguïteit: zijn de vrouwen nu ook charmant of niet?) of de man die Jan geslagen heeft (syntactische ambiguïteit: wie heeft nu wie geslagen?), noemen we ambiguïteiten of dubbelzinnigheden. Laten we even de punctuatie ambiguïteiten achterwege. Het is een illusie te denken dat dit de enige mogelijkheden zijn.

Het achterliggende principe van een ambiguïteit is duidelijk. Er wordt informatie voorgeschoteld die op meerdere manieren kan geïnterpreteerd worden. Dit kan natuurlijk ook visueel gebeuren, zoals in de foto hierboven (bron) op een leuke manier wordt weergegeven.

'Visuele ambiguïteiten'
Door Marc Innegraeve
BRAINDRUMS

zondag 7 april 2013

'This is my mother and I love my mother.' door Marleen Devisch

Touch one

Ik dacht dat ik er kapot van zou zijn. Slums horen je niet blij te maken. Slums zijn triest. Een aanfluiting van alles wat we als rechtvaardig beschouwen. Mensen horen niet thuis in slums. Kinderen horen niet om 6 uur 's morgens te beginnen werken. Mensen horen elkaar niet uit te buiten. Een kastensysteem hoort niet te bestaan.
Dat alles zat in mijn hoofd toen ik in Mumbai op een avond een groep kinderen ontmoette in de slums. En ja, het shockeerde mij. Die emoties namen echter een bocht van 180 graden toen ik de gezichten zag.
Dertien kinderen bijeen. De vastberadenheid van een volwaardige toekomst op hun gelaat geschreven. Alerte, bewuste kinderen, wiens innerlijke waardigheid en kracht het kastensysteem overstijgen.

En toen kon ik alleen nog HOOP voelen. De hele armoedige ruimte waar we zaten, lichtte op van hoop: Die hoop zat in hun blik. In de cake die we kregen. In de diyas (1) die aangestoken werden. In de dromen die ze verwoordden. In de verhalen die ze vertelden. In de trots waarmee ze ons meenamen naar 'hun huis'. In de blik waarmee Yahul zei: 
'This is my mother and I love my mother.'

Deze kinderen straalden van kracht, van pril leiderschap. Even zag ik een flits van hoe de toekomst van India er zou kunnen uitzien. Even. 
Daarna terug naar de rauwe werkelijkheid. Naar het overwelgende besef van hoeveel werk er nog moet gebeuren eer we zover zullen zijn dat deze jonge generatie daadwerkelijk een beter leven zal leiden. Maar dat dit moment er aankomt, daar ben ik rotsvast van overtuigd. De omvang van het werk van Jeanne Devos, de impact ervan op de Indische maatschappij, heeft mij overweldigd. Dat ik aan dit verhaal van hoop mag meeschrijven, verwarmt mijn hart.

Terwijl ik hier aan de oceaan lig te genieten van de Gambiaanse zon, besef ik plots hoe gemakkelijk afstand tussen mensen kan overbrugd worden. Hoe snel een verbinding van hart tot hart tot stand komt. We willen het allemaal, denk ik. Een heel klein beetje het verschil helpen maken. Er zijn verhalen genoeg om mee te helpen schrijven. 
Opnieuw voel ik hoop. Dat we stilaan beseffen dat het verhaal van de mensheid een verhaal is van 'samen'. Want 'wat we samen doen, doen we beter' (Jeanne Devos)

(1) Kleine kaarsjes

'This is my mother and I love my mother.'
door Marleen Devisch
GROEIACADEMIE